Te midden van de serene bergen leven Tibetaanse monniken in toewijding en eenvoud. Ze bidden in diepe meditatie, delen een sobere maaltijd en werken met zorg op de plantage en in de boomgaard. Hun dagen zijn gevuld met arbeid en devotie, in harmonie met de natuur. Uiteindelijk neemt de gemeenschap afscheid van een oude monnik, wiens reis eindigt waar hij altijd thuis was – in de stilte van de bergen

